Back to results

Ghent University

morphometricv assesments in the Belgian Blue Beef breed

Abstract

dc:description

Het Belgisch witblauwe (BWB) dikbilras, oorspronkelijk alleen voorkomend in Midden- en Hoog-België, is bekend voor zijn enorme spiermassa’s en de hoge opbrengsten van verkoopbaar vlees van hoge kwaliteit. De extreme spierontwikkeling is het gevolg van een mutatie in het myostatine gen. Het natuurlijke geboorteproces in dit dubbelgespierde ras is hierdoor verstoord. De geboorte kan nog enkel gebeuren via het routinematig toepassen van de keizersnede, een ingreep die om dierenwelzijnredenen wordt bekritiseerd. Veehouders klagen over de te lage dagelijkse gewichtsaanzet. De fokkers en de fokkersorganisatie richten hun pijlen vooral op de verbetering van de spierontwikkeling en het verhogen van het gewicht op de leeftijd van 12-13 maand en meer recentelijk op de leeftijd van 14 maand. De meeste beschikbare gegevens zijn het resultaat van visuele beoordelingen of schattingen eerder dan dat ze het resultaat zijn van een meting. Er zijn geen pogingen en te weinig discussies over de mogelijkheid en noodzaak om het aantal natuurlijke geboorten in dit ras te gaan verhogen. Er zijn ook geen duidelijke initiatieven om het slachtgewicht op de leeftijd van 18 tot 20 maand te verhogen of om op zoek te gaan naar de beste verhouding tussen spierontwikkeling en lichaamsgewicht op slachtleeftijd De bedoeling van het gerapporteerde onderzoek was een antwoord te formuleren op meerdere vragen. Is het mogelijk om inwendige bekkenmaten te schatten aan de hand van uitwendige metingen? Kan een BWB kalf nog op een natuurlijke manier geboren worden? Wat zijn realistische groeicijfers van BWB dieren op de boerderijen en is het mogelijk om het gewicht te gaan schatten met behulp van gemakkelijk te verzamelen kenmerken? In hoeverre kan er geselecteerd worden op verbeterde groei? Het vinden van antwoorden op deze vragen kan in belangrijke mate bijdragen tot de correcte besluitvorming rondom de economische toekomstperspectieven van dit ras. In het eerste deel van het onderzoek werden correlaties gevonden tussen de inwendige bekkenhoogte en uitwendige lichaamsmaten. Het was mogelijk om uit gemakkelijk te verzamelen parameters de inwendige bekkenmaten te gaan schatten. Bij het vergelijken van de uitwendige maten van het jonggeboren BWB kalf met de inwendige maten van het moederdier, bleek dat de achterhandbreedte van het kalf en de inwendige bekkenhoogte van de moeder, twee belangrijke factoren voor een natuurlijk geboorteproces, niet met elkaar in overeenstemming zijn. Op basis van deze bevinding kan geconcludeerd worden dat een natuurlijk geboorteproces in het BWB-ras geometrisch nagenoeg niet meer mogeliik is. Een bijkomende conclusie van het eerste onderzoeksgedeelte is dat selectie naar meer natuurlijke geboorten een invloed zal hebben op morfologische karakteristieken van zowel het moederdier als het kalf. In het volgende deel van de studie werden fenotypische en genetische parameters voor lichaamsgewichten en groeicijfers berekend. Er werd uitgegaan van gegevens verzameld op de landbouwbedrijven. De studie toonde aan dat mannelijke dieren gemiddeld 51 kg wegen bij de geboorte, 98 kg op de leeftijd van 3 maanden, 242 kg op 7 maanden, 430 kg op 13 maanden en 628 kg op de leeftijd van 20 maanden. Tussen 7 en 20 maanden groeien ze gemiddeld 1,2 kg per dag. Vrouwelijke dieren wegen minder op de leeftijd van 7 maand (189 kg) en 13 maand (332 kg). Gewichten op vaste leeftijden en groei zijn voldoende erfelijk om selectie op hogere gewichten toe te laten. Er werd ook gevonden dat hoge slachtgewichten kunnen gehaald worden door er voor te zorgen dat de dieren op jonge leeftijd al hoge gewichten laten optekenen (= vroegrijpheid). Bovendien bleek dat de genetische mogelijkheid voor laatrijpheid nog altijd in het ras aanwezig is, ondanks het feit dat er geselecteerd wordt op vroegrijpheid in het BWB ras. De voorbereidende morfometrische studie die de bruikbaarheid in selectie onderzocht van bepaalde lichaamsmaten, toonde aan dat schouderbreedte en achterhandbreedte belangrijke voorspellers zijn van zowel de bespieringsgraad als het gewicht van BWB dieren. De schofthoogte is een lichaamsmaat die informatie verstrekt over het lichaamsgewicht, het formaat, de gemiddelde groei en de bespieringsgraad. De morfometrische vervolgstudie toonde aan dat het mogelijk is het levende gewicht te voorspellen op basis van de leeftijd, geslacht, schofthoogte en schouderbreedte. Deze voorspelling is betrouwbaarder dan de voorspelling van het levende gewicht uit de borstomtrek.

Author and committee

dc:creator, dc:contributor.*
Author dc:creator
  • Coopman, F
Contributors dc:contributor
  • Van Zeveren, A

Rights

dc:rights
Statement dc:rights
  • info:eu-repo/semantics/openAccess
Language dc:language
und

Identifiers

dc:identifier.*
OAI identifier oai:identifier
oai:archive.ugent.be:471452

Chain of custody

source
Harvested from
Ghent University
Base URL
biblio.ugent.be/oai
Last updated
2026-07-24
Source record
OAI-PMH GetRecord
related terms
citation

Coopman, F. morphometricv assesments in the Belgian Blue Beef breed. 2008. http://hdl.handle.net/1854/LU-471452