{"id":{"repo_id":"openu","oai_identifier":"oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"},"canonical_url":"https://search.dev.ndltd.org/etd/openu/oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","repository":{"repo_id":"openu","name":"Open Universiteit","base_url":"https://research.ou.nl/ws/oai"},"display":{"title":"Voldoet de AVG aan de eisen gesteld in artikel 8 Handvest van de Grondrechten van de EU?","abstract":"De conclusie van mijn onderzoek is dat de AVG niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 8 HV Grondrechten EU. De onderbouwing van deze conclusie is als volgt: Er zijn twee processen aangaande persoonsgegevens in de samenleving waar te nemen: persoonsgegevens worden steeds meer verwerkt en wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens krijgt meer aandacht en wordt uitgebreider. In mijn onderzoek heb ik de “oude wetgeving” (o.g.v. de richtlijn 95/46/EG en de Wbp) en de “nieuwe wetgeving”, (AVG en UAVG), gecheckt in hoeverre zij voldoen aan de eisen die artikel 8 HV Grondrechten EU stelt. In de praktijk voldoet de Wbp niet omdat: - Normen zijn niet concreet en contextafhankelijk - Doelvereiste is achterhaald - Organisaties ontberen procedures om verzoeken betrokkenen in te willigen - AP mist capaciteit AVG en UAVG zullen ook niet voldoen omdat: - Doelvereiste blijft - Meer formaliteiten, doch geen concretiseringen normen - AVG geeft wel mogelijkheden (o.a. gedragscodes), doch niet dwingend - AP-capaciteit is nu nog ontoereikend Nuances: Heldere normstelling is een sleutelwoord. Wetgeving kan dit niet bieden passend voor iedere casus. Wel zou de AP gebruik kunnen maken van haar bevoegdheden om gedragscodes en andere normen meer dwingend voor te schrijven.","abstract_html":"De conclusie van mijn onderzoek is dat de AVG niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 8 HV Grondrechten EU. De onderbouwing van deze conclusie is als volgt: Er zijn twee processen aangaande persoonsgegevens in de samenleving waar te nemen: persoonsgegevens worden steeds meer verwerkt en wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens krijgt meer aandacht en wordt uitgebreider. In mijn onderzoek heb ik de “oude wetgeving” (o.g.v. de richtlijn 95/46/EG en de Wbp) en de “nieuwe wetgeving”, (AVG en UAVG), gecheckt in hoeverre zij voldoen aan de eisen die artikel 8 HV Grondrechten EU stelt. In de praktijk voldoet de Wbp niet omdat: - Normen zijn niet concreet en contextafhankelijk - Doelvereiste is achterhaald - Organisaties ontberen procedures om verzoeken betrokkenen in te willigen - AP mist capaciteit AVG en UAVG zullen ook niet voldoen omdat: - Doelvereiste blijft - Meer formaliteiten, doch geen concretiseringen normen - AVG geeft wel mogelijkheden (o.a. gedragscodes), doch niet dwingend - AP-capaciteit is nu nog ontoereikend Nuances: Heldere normstelling is een sleutelwoord. Wetgeving kan dit niet bieden passend voor iedere casus. Wel zou de AP gebruik kunnen maken van haar bevoegdheden om gedragscodes en andere normen meer dwingend voor te schrijven.","abstract_has_math":false,"creators":["Uitterhoeve, C.M.A."],"institution":"Department of Constitutional Law, Administrative Law and Legal Theory","degree_name":"Master's Thesis","degree_level":"Student thesis","degree_discipline":null,"degree_department":null,"school":null,"contributors":[],"advisors":[],"committee_chairs":[],"committee_members":[],"year":2017,"date_issued":"2017-6-7","date_published":"2017-6-7","updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z","subjects":[],"languages":["Dutch","nld"],"rights":[],"rights_urls":[],"identifier_entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"],"render_values":[{"text":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","href":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","code":true},{"text":"oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","href":null,"code":true}]}]},"links":{"outbound_url":"https://research.ou.nl/files/1060703/null","outbound_label":"Repository record","outbound_source":"dc:identifier.uri"},"source_record":{"url":"https://research.ou.nl/ws/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=uketd_dc&identifier=oai%3Aresearch.ou.nl%3Astudenttheses%2Fac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","prefix":"uketd_dc"},"metadata_groups":[{"id":"people","label":"People","entries":[{"key":"dc:creator","label":"Author","values":["Uitterhoeve, C.M.A."]}]},{"id":"academic_context","label":"Academic Context","entries":[{"key":"dc:date","label":"Dc Date","values":["2017-6","2017-6-7"]},{"key":"dc:date.issued","label":"Date","values":["2017-6-7"]},{"key":"dc:publisher.department","label":"Dc Publisher Department","values":["Department of Constitutional Law, Administrative Law and Legal Theory"]},{"key":"dc:publisher.institution","label":"Dc Publisher Institution","values":["Department of Constitutional Law, Administrative Law and Legal Theory"]},{"key":"dc:relation.isreferencedby","label":"Dc Relation Isreferencedby","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"]},{"key":"dc:type","label":"Dc Type","values":["Master's Thesis","Thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationlevel","label":"Dc Type Qualificationlevel","values":["Student thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationname","label":"Dc Type Qualificationname","values":["Master's Thesis"]}]},{"id":"language_rights","label":"Language and Rights","entries":[{"key":"dc:language","label":"Dc Language","values":["Dutch","nld"]}]},{"id":"identifiers","label":"Identifiers","entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"]},{"key":"dc:identifier.uri","label":"Identifier URI","values":["https://research.ou.nl/files/1060703/null"]}]},{"id":"additional","label":"Additional Metadata","entries":[{"key":"dc:description.abstract","label":"Abstract","values":["De conclusie van mijn onderzoek is dat de AVG niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 8 HV Grondrechten EU. De onderbouwing van deze conclusie is als volgt: Er zijn twee processen aangaande persoonsgegevens in de samenleving waar te nemen: persoonsgegevens worden steeds meer verwerkt en wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens krijgt meer aandacht en wordt uitgebreider. In mijn onderzoek heb ik de “oude wetgeving” (o.g.v. de richtlijn 95/46/EG en de Wbp) en de “nieuwe wetgeving”, (AVG en UAVG), gecheckt in hoeverre zij voldoen aan de eisen die artikel 8 HV Grondrechten EU stelt. In de praktijk voldoet de Wbp niet omdat: - Normen zijn niet concreet en contextafhankelijk - Doelvereiste is achterhaald - Organisaties ontberen procedures om verzoeken betrokkenen in te willigen - AP mist capaciteit AVG en UAVG zullen ook niet voldoen omdat: - Doelvereiste blijft - Meer formaliteiten, doch geen concretiseringen normen - AVG geeft wel mogelijkheden (o.a. gedragscodes), doch niet dwingend - AP-capaciteit is nu nog ontoereikend Nuances: Heldere normstelling is een sleutelwoord. Wetgeving kan dit niet bieden passend voor iedere casus. Wel zou de AP gebruik kunnen maken van haar bevoegdheden om gedragscodes en andere normen meer dwingend voor te schrijven."]},{"key":"dc:source","label":"Dc Source","values":["importedStudentThesis"]},{"key":"dc:title","label":"Title","values":["Voldoet de AVG aan de eisen gesteld in artikel 8 Handvest van de Grondrechten van de EU?"]}]}],"canonical_facts":{"dc:creator":["Uitterhoeve, C.M.A."],"dc:date":["2017-6","2017-6-7"],"dc:date.issued":["2017-6-7"],"dc:description.abstract":["De conclusie van mijn onderzoek is dat de AVG niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 8 HV Grondrechten EU. De onderbouwing van deze conclusie is als volgt: Er zijn twee processen aangaande persoonsgegevens in de samenleving waar te nemen: persoonsgegevens worden steeds meer verwerkt en wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens krijgt meer aandacht en wordt uitgebreider. In mijn onderzoek heb ik de “oude wetgeving” (o.g.v. de richtlijn 95/46/EG en de Wbp) en de “nieuwe wetgeving”, (AVG en UAVG), gecheckt in hoeverre zij voldoen aan de eisen die artikel 8 HV Grondrechten EU stelt. In de praktijk voldoet de Wbp niet omdat: - Normen zijn niet concreet en contextafhankelijk - Doelvereiste is achterhaald - Organisaties ontberen procedures om verzoeken betrokkenen in te willigen - AP mist capaciteit AVG en UAVG zullen ook niet voldoen omdat: - Doelvereiste blijft - Meer formaliteiten, doch geen concretiseringen normen - AVG geeft wel mogelijkheden (o.a. gedragscodes), doch niet dwingend - AP-capaciteit is nu nog ontoereikend Nuances: Heldere normstelling is een sleutelwoord. Wetgeving kan dit niet bieden passend voor iedere casus. Wel zou de AP gebruik kunnen maken van haar bevoegdheden om gedragscodes en andere normen meer dwingend voor te schrijven."],"dc:identifier":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808","oai:research.ou.nl:studenttheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"],"dc:identifier.uri":["https://research.ou.nl/files/1060703/null"],"dc:language":["Dutch","nld"],"dc:publisher.department":["Department of Constitutional Law, Administrative Law and Legal Theory"],"dc:publisher.institution":["Department of Constitutional Law, Administrative Law and Legal Theory"],"dc:relation.isreferencedby":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/ac52e585-a5dc-4e79-8215-17f1ac523808"],"dc:source":["importedStudentThesis"],"dc:title":["Voldoet de AVG aan de eisen gesteld in artikel 8 Handvest van de Grondrechten van de EU?"],"dc:type":["Master's Thesis","Thesis"],"dc:type.qualificationlevel":["Student thesis"],"dc:type.qualificationname":["Master's Thesis"]},"updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z"}