{"id":{"repo_id":"openu","oai_identifier":"oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"},"canonical_url":"https://search.dev.ndltd.org/etd/openu/oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","repository":{"repo_id":"openu","name":"Open Universiteit","base_url":"https://research.ou.nl/ws/oai"},"display":{"title":"Inclusief onderwijs en redelijke aanpassingen","abstract":"In 2016 is het Gehandicaptenverdrag (CRPD) in werking getreden. De basis is een inclusieve samenleving, waaraan mensen met een beperking zo volwaardig mogelijk meedoen met zeggenschap over hun eigen leven. Art. 24 CRPD bevat het recht op inclusief onderwijs, een combinatie van recht op onderwijs en non-discriminatie. Het betekent dat leerlingen met een beperking recht hebben op een plaats in het reguliere onderwijs. Art. 24 is een sociale bepaling zonder een-‘ieder verbindende kracht’. Burgers kunnen er geen aanspraak op doen bij de rechter. Het is aan de overheid invulling te geven aan art. 24, en hij heeft de plicht tot ‘geleidelijke verwezenlijking’. Het gescheiden stelsel van art. 2 WEC voldoet niet aan die plicht. Weigeren van ‘redelijke aanpassingen’ van art. 24, lid 2, sub c, na verzoek daartoe, is strijdig met het discriminatieverbod. Redelijke aanpassingen zijn geformaliseerd in art. 2 WGBH/CZ. De criteria hiervan komen bijna overeen met die van de ‘soft law’ bij het CRPD. WGBH/CZ vereist een diagnose, CRPD niet. De enige mogelijkheid die de burger heeft om inclusief onderwijs af te dwingen in het Nederlandse stelsel is via de ‘redelijke aanpassingen’ van art. 2 WGBH/CZ.","abstract_html":"In 2016 is het Gehandicaptenverdrag (CRPD) in werking getreden. De basis is een inclusieve samenleving, waaraan mensen met een beperking zo volwaardig mogelijk meedoen met zeggenschap over hun eigen leven. Art. 24 CRPD bevat het recht op inclusief onderwijs, een combinatie van recht op onderwijs en non-discriminatie. Het betekent dat leerlingen met een beperking recht hebben op een plaats in het reguliere onderwijs. Art. 24 is een sociale bepaling zonder een-‘ieder verbindende kracht’. Burgers kunnen er geen aanspraak op doen bij de rechter. Het is aan de overheid invulling te geven aan art. 24, en hij heeft de plicht tot ‘geleidelijke verwezenlijking’. Het gescheiden stelsel van art. 2 WEC voldoet niet aan die plicht. Weigeren van ‘redelijke aanpassingen’ van art. 24, lid 2, sub c, na verzoek daartoe, is strijdig met het discriminatieverbod. Redelijke aanpassingen zijn geformaliseerd in art. 2 WGBH/CZ. De criteria hiervan komen bijna overeen met die van de ‘soft law’ bij het CRPD. WGBH/CZ vereist een diagnose, CRPD niet. De enige mogelijkheid die de burger heeft om inclusief onderwijs af te dwingen in het Nederlandse stelsel is via de ‘redelijke aanpassingen’ van art. 2 WGBH/CZ.","abstract_has_math":false,"creators":["Janssen-Nijholt, E.A.M."],"institution":null,"degree_name":"Master's Thesis","degree_level":"Student thesis","degree_discipline":null,"degree_department":null,"school":null,"contributors":[],"advisors":[],"committee_chairs":[],"committee_members":[],"year":2017,"date_issued":"2017-10-3","date_published":"2017-10-3","updated_at":"2026-08-21T16:47:22Z","subjects":["Op welke manier kan het sociale recht op inclusief onderwijs van art. 24 CRPD worden afgedwongen in de Nederlandse rechtspraktijk?","mensenrechten","gehandicaptenverdrag","inclusief onderwijs","redelijke aanpassingen"],"languages":["Dutch","nld"],"rights":[],"rights_urls":[],"identifier_entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"],"render_values":[{"text":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","href":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","code":true},{"text":"oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","href":null,"code":true}]}]},"links":{"outbound_url":"https://research.ou.nl/files/1074787/null","outbound_label":"Repository record","outbound_source":"dc:identifier.uri"},"source_record":{"url":"https://research.ou.nl/ws/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=uketd_dc&identifier=oai%3Aresearch.ou.nl%3Astudenttheses%2F9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","prefix":"uketd_dc"},"metadata_groups":[{"id":"people","label":"People","entries":[{"key":"dc:creator","label":"Author","values":["Janssen-Nijholt, E.A.M."]}]},{"id":"academic_context","label":"Academic Context","entries":[{"key":"dc:date","label":"Dc Date","values":["2017-10","2017-10-3"]},{"key":"dc:date.issued","label":"Date","values":["2017-10-3"]},{"key":"dc:relation.isreferencedby","label":"Dc Relation Isreferencedby","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"]},{"key":"dc:type","label":"Dc Type","values":["Master's Thesis","Thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationlevel","label":"Dc Type Qualificationlevel","values":["Student thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationname","label":"Dc Type Qualificationname","values":["Master's Thesis"]}]},{"id":"subjects_keywords","label":"Subjects and Keywords","entries":[{"key":"dc:subject","label":"Dc Subject","values":["Op welke manier kan het sociale recht op inclusief onderwijs van art. 24 CRPD worden afgedwongen in de Nederlandse rechtspraktijk?","mensenrechten","gehandicaptenverdrag","inclusief onderwijs","redelijke aanpassingen"]}]},{"id":"language_rights","label":"Language and Rights","entries":[{"key":"dc:language","label":"Dc Language","values":["Dutch","nld"]}]},{"id":"identifiers","label":"Identifiers","entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"]},{"key":"dc:identifier.uri","label":"Identifier URI","values":["https://research.ou.nl/files/1074787/null"]}]},{"id":"additional","label":"Additional Metadata","entries":[{"key":"dc:description.abstract","label":"Abstract","values":["In 2016 is het Gehandicaptenverdrag (CRPD) in werking getreden. De basis is een inclusieve samenleving, waaraan mensen met een beperking zo volwaardig mogelijk meedoen met zeggenschap over hun eigen leven. Art. 24 CRPD bevat het recht op inclusief onderwijs, een combinatie van recht op onderwijs en non-discriminatie. Het betekent dat leerlingen met een beperking recht hebben op een plaats in het reguliere onderwijs. Art. 24 is een sociale bepaling zonder een-‘ieder verbindende kracht’. Burgers kunnen er geen aanspraak op doen bij de rechter. Het is aan de overheid invulling te geven aan art. 24, en hij heeft de plicht tot ‘geleidelijke verwezenlijking’. Het gescheiden stelsel van art. 2 WEC voldoet niet aan die plicht. Weigeren van ‘redelijke aanpassingen’ van art. 24, lid 2, sub c, na verzoek daartoe, is strijdig met het discriminatieverbod. Redelijke aanpassingen zijn geformaliseerd in art. 2 WGBH/CZ. De criteria hiervan komen bijna overeen met die van de ‘soft law’ bij het CRPD. WGBH/CZ vereist een diagnose, CRPD niet. De enige mogelijkheid die de burger heeft om inclusief onderwijs af te dwingen in het Nederlandse stelsel is via de ‘redelijke aanpassingen’ van art. 2 WGBH/CZ."]},{"key":"dc:source","label":"Dc Source","values":["importedStudentThesis"]},{"key":"dc:title","label":"Title","values":["Inclusief onderwijs en redelijke aanpassingen","Inclusief onderwijs en redelijke aanpassingen: Op welke manier kan het sociale recht op inclusief onderwijs van art. 24 CRPD worden afgedwongen in de Nederlandse rechtspraktijk?"]}]}],"canonical_facts":{"dc:creator":["Janssen-Nijholt, E.A.M."],"dc:date":["2017-10","2017-10-3"],"dc:date.issued":["2017-10-3"],"dc:description.abstract":["In 2016 is het Gehandicaptenverdrag (CRPD) in werking getreden. De basis is een inclusieve samenleving, waaraan mensen met een beperking zo volwaardig mogelijk meedoen met zeggenschap over hun eigen leven. Art. 24 CRPD bevat het recht op inclusief onderwijs, een combinatie van recht op onderwijs en non-discriminatie. Het betekent dat leerlingen met een beperking recht hebben op een plaats in het reguliere onderwijs. Art. 24 is een sociale bepaling zonder een-‘ieder verbindende kracht’. Burgers kunnen er geen aanspraak op doen bij de rechter. Het is aan de overheid invulling te geven aan art. 24, en hij heeft de plicht tot ‘geleidelijke verwezenlijking’. Het gescheiden stelsel van art. 2 WEC voldoet niet aan die plicht. Weigeren van ‘redelijke aanpassingen’ van art. 24, lid 2, sub c, na verzoek daartoe, is strijdig met het discriminatieverbod. Redelijke aanpassingen zijn geformaliseerd in art. 2 WGBH/CZ. De criteria hiervan komen bijna overeen met die van de ‘soft law’ bij het CRPD. WGBH/CZ vereist een diagnose, CRPD niet. De enige mogelijkheid die de burger heeft om inclusief onderwijs af te dwingen in het Nederlandse stelsel is via de ‘redelijke aanpassingen’ van art. 2 WGBH/CZ."],"dc:identifier":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0","oai:research.ou.nl:studenttheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"],"dc:identifier.uri":["https://research.ou.nl/files/1074787/null"],"dc:language":["Dutch","nld"],"dc:relation.isreferencedby":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/9ce31ec9-129a-4299-b4a6-b64b2aab09b0"],"dc:source":["importedStudentThesis"],"dc:subject":["Op welke manier kan het sociale recht op inclusief onderwijs van art. 24 CRPD worden afgedwongen in de Nederlandse rechtspraktijk?","mensenrechten","gehandicaptenverdrag","inclusief onderwijs","redelijke aanpassingen"],"dc:title":["Inclusief onderwijs en redelijke aanpassingen","Inclusief onderwijs en redelijke aanpassingen: Op welke manier kan het sociale recht op inclusief onderwijs van art. 24 CRPD worden afgedwongen in de Nederlandse rechtspraktijk?"],"dc:type":["Master's Thesis","Thesis"],"dc:type.qualificationlevel":["Student thesis"],"dc:type.qualificationname":["Master's Thesis"]},"updated_at":"2026-08-21T16:47:22Z"}