{"id":{"repo_id":"openu","oai_identifier":"oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"},"canonical_url":"https://search.dev.ndltd.org/etd/openu/oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","repository":{"repo_id":"openu","name":"Open Universiteit","base_url":"https://research.ou.nl/ws/oai"},"display":{"title":"Dataretentie. Een onderzoek naar de haalbaarheid van een nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens ...","abstract":"De Dataretentierichtlijn werd op 8 april 2014 door het HvJ EU ongeldig verklaard wegens het niet verenigbaar zijn met het recht op privacy en met het recht op gegevensbescherming. Deze rechten zijn beschreven in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Bijna een jaar later werd de naar aanleiding van de richtlijn ingevoerde Wet bewaarplicht telecommunicatiegevens door de rechter in kort geding buiten werking gesteld wegens het ontbreken van een aantal waarborgen, in het arrest van het Hof genoemd. Onderzocht is de vraag of het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht aan aanbieders van telecom- en internetdiensten toelaatbaar acht. Over de noodzaak van een bewaarplicht voor een doeltreffend opsporings- en vervolgingsbeleid van ernstige criminaliteit zijn is de samenleving (inclusief juristen) het niet eens. Sommigen achten de forse inbreuk op de privacy toelaatbaar, mits aan een aantal waarborgen (o.a. toegang tot de persoonsgegeven) wordt voldaan. Anderen achten een algemene bewaarplicht op zich ontoelaatbaar. Op grond van (actuele) jurisprudentie van het HvJ EU moet worden geconcludeerd dat het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht ontoelaatbaar acht. Wel acht het Hof een gedifferentieerde bewaarplicht denkbaar. De scriptie bevat een aanbeveling, waarin de voorwaarden worden genoemd waaraan een eventuele nieuwe Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moet voldoen.","abstract_html":"De Dataretentierichtlijn werd op 8 april 2014 door het HvJ EU ongeldig verklaard wegens het niet verenigbaar zijn met het recht op privacy en met het recht op gegevensbescherming. Deze rechten zijn beschreven in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Bijna een jaar later werd de naar aanleiding van de richtlijn ingevoerde Wet bewaarplicht telecommunicatiegevens door de rechter in kort geding buiten werking gesteld wegens het ontbreken van een aantal waarborgen, in het arrest van het Hof genoemd. Onderzocht is de vraag of het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht aan aanbieders van telecom- en internetdiensten toelaatbaar acht. Over de noodzaak van een bewaarplicht voor een doeltreffend opsporings- en vervolgingsbeleid van ernstige criminaliteit zijn is de samenleving (inclusief juristen) het niet eens. Sommigen achten de forse inbreuk op de privacy toelaatbaar, mits aan een aantal waarborgen (o.a. toegang tot de persoonsgegeven) wordt voldaan. Anderen achten een algemene bewaarplicht op zich ontoelaatbaar. Op grond van (actuele) jurisprudentie van het HvJ EU moet worden geconcludeerd dat het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht ontoelaatbaar acht. Wel acht het Hof een gedifferentieerde bewaarplicht denkbaar. De scriptie bevat een aanbeveling, waarin de voorwaarden worden genoemd waaraan een eventuele nieuwe Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moet voldoen.","abstract_has_math":false,"creators":["Prins, H. (Herman)"],"institution":"Department Criminal law and International and European Law","degree_name":"Master's Thesis","degree_level":"Student thesis","degree_discipline":null,"degree_department":null,"school":null,"contributors":[],"advisors":[],"committee_chairs":[],"committee_members":[],"year":2017,"date_issued":"2017-6-20","date_published":"2017-6-20","updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z","subjects":["bewaarplicht","dataretentie","privacy","surveillance","telecommunicatiegegevens","veiligheid"],"languages":["Dutch","nld"],"rights":[],"rights_urls":[],"identifier_entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"],"render_values":[{"text":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","href":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","code":true},{"text":"oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","href":null,"code":true}]}]},"links":{"outbound_url":"https://research.ou.nl/files/1061915/null","outbound_label":"Repository record","outbound_source":"dc:identifier.uri"},"source_record":{"url":"https://research.ou.nl/ws/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=uketd_dc&identifier=oai%3Aresearch.ou.nl%3Astudenttheses%2F4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","prefix":"uketd_dc"},"metadata_groups":[{"id":"people","label":"People","entries":[{"key":"dc:creator","label":"Author","values":["Prins, H. (Herman)"]}]},{"id":"academic_context","label":"Academic Context","entries":[{"key":"dc:date","label":"Dc Date","values":["2017-6","2017-6-20"]},{"key":"dc:date.issued","label":"Date","values":["2017-6-20"]},{"key":"dc:publisher.department","label":"Dc Publisher Department","values":["Department Criminal law and International and European Law"]},{"key":"dc:publisher.institution","label":"Dc Publisher Institution","values":["Department Criminal law and International and European Law"]},{"key":"dc:relation.isreferencedby","label":"Dc Relation Isreferencedby","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"]},{"key":"dc:type","label":"Dc Type","values":["Master's Thesis","Thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationlevel","label":"Dc Type Qualificationlevel","values":["Student thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationname","label":"Dc Type Qualificationname","values":["Master's Thesis"]}]},{"id":"subjects_keywords","label":"Subjects and Keywords","entries":[{"key":"dc:subject","label":"Dc Subject","values":["bewaarplicht","dataretentie","privacy","surveillance","telecommunicatiegegevens","veiligheid"]}]},{"id":"language_rights","label":"Language and Rights","entries":[{"key":"dc:language","label":"Dc Language","values":["Dutch","nld"]}]},{"id":"identifiers","label":"Identifiers","entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"]},{"key":"dc:identifier.uri","label":"Identifier URI","values":["https://research.ou.nl/files/1061915/null"]}]},{"id":"additional","label":"Additional Metadata","entries":[{"key":"dc:description.abstract","label":"Abstract","values":["De Dataretentierichtlijn werd op 8 april 2014 door het HvJ EU ongeldig verklaard wegens het niet verenigbaar zijn met het recht op privacy en met het recht op gegevensbescherming. Deze rechten zijn beschreven in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Bijna een jaar later werd de naar aanleiding van de richtlijn ingevoerde Wet bewaarplicht telecommunicatiegevens door de rechter in kort geding buiten werking gesteld wegens het ontbreken van een aantal waarborgen, in het arrest van het Hof genoemd. Onderzocht is de vraag of het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht aan aanbieders van telecom- en internetdiensten toelaatbaar acht. Over de noodzaak van een bewaarplicht voor een doeltreffend opsporings- en vervolgingsbeleid van ernstige criminaliteit zijn is de samenleving (inclusief juristen) het niet eens. Sommigen achten de forse inbreuk op de privacy toelaatbaar, mits aan een aantal waarborgen (o.a. toegang tot de persoonsgegeven) wordt voldaan. Anderen achten een algemene bewaarplicht op zich ontoelaatbaar. Op grond van (actuele) jurisprudentie van het HvJ EU moet worden geconcludeerd dat het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht ontoelaatbaar acht. Wel acht het Hof een gedifferentieerde bewaarplicht denkbaar. De scriptie bevat een aanbeveling, waarin de voorwaarden worden genoemd waaraan een eventuele nieuwe Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moet voldoen."]},{"key":"dc:source","label":"Dc Source","values":["importedStudentThesis"]},{"key":"dc:title","label":"Title","values":["Dataretentie. Een onderzoek naar de haalbaarheid van een nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens ..."]}]}],"canonical_facts":{"dc:creator":["Prins, H. (Herman)"],"dc:date":["2017-6","2017-6-20"],"dc:date.issued":["2017-6-20"],"dc:description.abstract":["De Dataretentierichtlijn werd op 8 april 2014 door het HvJ EU ongeldig verklaard wegens het niet verenigbaar zijn met het recht op privacy en met het recht op gegevensbescherming. Deze rechten zijn beschreven in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Bijna een jaar later werd de naar aanleiding van de richtlijn ingevoerde Wet bewaarplicht telecommunicatiegevens door de rechter in kort geding buiten werking gesteld wegens het ontbreken van een aantal waarborgen, in het arrest van het Hof genoemd. Onderzocht is de vraag of het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht aan aanbieders van telecom- en internetdiensten toelaatbaar acht. Over de noodzaak van een bewaarplicht voor een doeltreffend opsporings- en vervolgingsbeleid van ernstige criminaliteit zijn is de samenleving (inclusief juristen) het niet eens. Sommigen achten de forse inbreuk op de privacy toelaatbaar, mits aan een aantal waarborgen (o.a. toegang tot de persoonsgegeven) wordt voldaan. Anderen achten een algemene bewaarplicht op zich ontoelaatbaar. Op grond van (actuele) jurisprudentie van het HvJ EU moet worden geconcludeerd dat het Hof het opleggen van een algemene bewaarplicht ontoelaatbaar acht. Wel acht het Hof een gedifferentieerde bewaarplicht denkbaar. De scriptie bevat een aanbeveling, waarin de voorwaarden worden genoemd waaraan een eventuele nieuwe Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moet voldoen."],"dc:identifier":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf","oai:research.ou.nl:studenttheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"],"dc:identifier.uri":["https://research.ou.nl/files/1061915/null"],"dc:language":["Dutch","nld"],"dc:publisher.department":["Department Criminal law and International and European Law"],"dc:publisher.institution":["Department Criminal law and International and European Law"],"dc:relation.isreferencedby":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/4c3bb1ee-65b5-4d2a-ba77-773fb2458eaf"],"dc:source":["importedStudentThesis"],"dc:subject":["bewaarplicht","dataretentie","privacy","surveillance","telecommunicatiegegevens","veiligheid"],"dc:title":["Dataretentie. Een onderzoek naar de haalbaarheid van een nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens ..."],"dc:type":["Master's Thesis","Thesis"],"dc:type.qualificationlevel":["Student thesis"],"dc:type.qualificationname":["Master's Thesis"]},"updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z"}