{"id":{"repo_id":"openu","oai_identifier":"oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"},"canonical_url":"https://search.dev.ndltd.org/etd/openu/oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","repository":{"repo_id":"openu","name":"Open Universiteit","base_url":"https://research.ou.nl/ws/oai"},"display":{"title":"De opsporingsbevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk en artikel 8 EVRM: een analyse van de waarborgen","abstract":"De scriptie omvat een onderzoek naar de waarborgen tegen misbruik en willekeur van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv) en of deze waarborgen in overeenstemming zijn met de waarborgen die voortvloeien uit art. 8, tweede lid, EVRM. Het EHRM vereist in dit verband dat de toepassingsvoorwaarden van heimelijke surveillance maatregelen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en dat een discretionaire toepassingsbeslissing onderhevig is aan toezicht. Dit toezicht omvat mede een beoordeling van de noodzaak voorafgaand aan de bevoegdheidstoepassing. Uit de bevindingen van het onderzoek volgt dat de formulering van de toepassingsvoorwaarden in art. 126nba Sv ruimte laat voor een (te) brede inzetbaarheid. Dit ‘gebrek’ kan in het kader voorafgaande rechterlijke toetsing van de voorgenomen inzet op proportionaliteit en subsidiariteit, in beginsel worden gecompenseerd. In de scriptie wordt betoogd dat de noodzaak voor de inzet van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk, mogelijk onvoldoende daadwerkelijk getoetst wordt. Enerzijds is deze conclusie een gevolg van het ontbreken van een duidelijke toetsingsinstructie voor de rechter-commissaris en anderzijds ook een gevolg van het strafvorderlijke systeem van toezicht.","abstract_html":"De scriptie omvat een onderzoek naar de waarborgen tegen misbruik en willekeur van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv) en of deze waarborgen in overeenstemming zijn met de waarborgen die voortvloeien uit art. 8, tweede lid, EVRM. Het EHRM vereist in dit verband dat de toepassingsvoorwaarden van heimelijke surveillance maatregelen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en dat een discretionaire toepassingsbeslissing onderhevig is aan toezicht. Dit toezicht omvat mede een beoordeling van de noodzaak voorafgaand aan de bevoegdheidstoepassing. Uit de bevindingen van het onderzoek volgt dat de formulering van de toepassingsvoorwaarden in art. 126nba Sv ruimte laat voor een (te) brede inzetbaarheid. Dit ‘gebrek’ kan in het kader voorafgaande rechterlijke toetsing van de voorgenomen inzet op proportionaliteit en subsidiariteit, in beginsel worden gecompenseerd. In de scriptie wordt betoogd dat de noodzaak voor de inzet van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk, mogelijk onvoldoende daadwerkelijk getoetst wordt. Enerzijds is deze conclusie een gevolg van het ontbreken van een duidelijke toetsingsinstructie voor de rechter-commissaris en anderzijds ook een gevolg van het strafvorderlijke systeem van toezicht.","abstract_has_math":false,"creators":["Ruijsink, W.K."],"institution":"Department of Public Law","degree_name":"Master's Thesis","degree_level":"Student thesis","degree_discipline":null,"degree_department":null,"school":null,"contributors":[],"advisors":[],"committee_chairs":[],"committee_members":[],"year":2017,"date_issued":"2017-7-24","date_published":"2017-7-24","updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z","subjects":["art. 126nba","art. 8 EVRM","waarborgen","toezicht","voorzienbaarheid","noodzaak"],"languages":["Dutch","nld"],"rights":[],"rights_urls":[],"identifier_entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"],"render_values":[{"text":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","href":"https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","code":true},{"text":"oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","href":null,"code":true}]}]},"links":{"outbound_url":"https://research.ou.nl/files/1069664/null","outbound_label":"Repository record","outbound_source":"dc:identifier.uri"},"source_record":{"url":"https://research.ou.nl/ws/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=uketd_dc&identifier=oai%3Aresearch.ou.nl%3Astudenttheses%2F23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","prefix":"uketd_dc"},"metadata_groups":[{"id":"people","label":"People","entries":[{"key":"dc:creator","label":"Author","values":["Ruijsink, W.K."]}]},{"id":"academic_context","label":"Academic Context","entries":[{"key":"dc:date","label":"Dc Date","values":["2017-7","2017-7-24"]},{"key":"dc:date.issued","label":"Date","values":["2017-7-24"]},{"key":"dc:publisher.institution","label":"Dc Publisher Institution","values":["Department of Public Law"]},{"key":"dc:relation.isreferencedby","label":"Dc Relation Isreferencedby","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"]},{"key":"dc:type","label":"Dc Type","values":["Master's Thesis","Thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationlevel","label":"Dc Type Qualificationlevel","values":["Student thesis"]},{"key":"dc:type.qualificationname","label":"Dc Type Qualificationname","values":["Master's Thesis"]}]},{"id":"subjects_keywords","label":"Subjects and Keywords","entries":[{"key":"dc:subject","label":"Dc Subject","values":["art. 126nba","art. 8 EVRM","waarborgen","toezicht","voorzienbaarheid","noodzaak"]}]},{"id":"language_rights","label":"Language and Rights","entries":[{"key":"dc:language","label":"Dc Language","values":["Dutch","nld"]}]},{"id":"identifiers","label":"Identifiers","entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"]},{"key":"dc:identifier.uri","label":"Identifier URI","values":["https://research.ou.nl/files/1069664/null"]}]},{"id":"additional","label":"Additional Metadata","entries":[{"key":"dc:description.abstract","label":"Abstract","values":["De scriptie omvat een onderzoek naar de waarborgen tegen misbruik en willekeur van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv) en of deze waarborgen in overeenstemming zijn met de waarborgen die voortvloeien uit art. 8, tweede lid, EVRM. Het EHRM vereist in dit verband dat de toepassingsvoorwaarden van heimelijke surveillance maatregelen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en dat een discretionaire toepassingsbeslissing onderhevig is aan toezicht. Dit toezicht omvat mede een beoordeling van de noodzaak voorafgaand aan de bevoegdheidstoepassing. Uit de bevindingen van het onderzoek volgt dat de formulering van de toepassingsvoorwaarden in art. 126nba Sv ruimte laat voor een (te) brede inzetbaarheid. Dit ‘gebrek’ kan in het kader voorafgaande rechterlijke toetsing van de voorgenomen inzet op proportionaliteit en subsidiariteit, in beginsel worden gecompenseerd. In de scriptie wordt betoogd dat de noodzaak voor de inzet van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk, mogelijk onvoldoende daadwerkelijk getoetst wordt. Enerzijds is deze conclusie een gevolg van het ontbreken van een duidelijke toetsingsinstructie voor de rechter-commissaris en anderzijds ook een gevolg van het strafvorderlijke systeem van toezicht."]},{"key":"dc:source","label":"Dc Source","values":["importedStudentThesis"]},{"key":"dc:title","label":"Title","values":["De opsporingsbevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk en artikel 8 EVRM: een analyse van de waarborgen"]}]}],"canonical_facts":{"dc:creator":["Ruijsink, W.K."],"dc:date":["2017-7","2017-7-24"],"dc:date.issued":["2017-7-24"],"dc:description.abstract":["De scriptie omvat een onderzoek naar de waarborgen tegen misbruik en willekeur van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv) en of deze waarborgen in overeenstemming zijn met de waarborgen die voortvloeien uit art. 8, tweede lid, EVRM. Het EHRM vereist in dit verband dat de toepassingsvoorwaarden van heimelijke surveillance maatregelen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en dat een discretionaire toepassingsbeslissing onderhevig is aan toezicht. Dit toezicht omvat mede een beoordeling van de noodzaak voorafgaand aan de bevoegdheidstoepassing. Uit de bevindingen van het onderzoek volgt dat de formulering van de toepassingsvoorwaarden in art. 126nba Sv ruimte laat voor een (te) brede inzetbaarheid. Dit ‘gebrek’ kan in het kader voorafgaande rechterlijke toetsing van de voorgenomen inzet op proportionaliteit en subsidiariteit, in beginsel worden gecompenseerd. In de scriptie wordt betoogd dat de noodzaak voor de inzet van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk, mogelijk onvoldoende daadwerkelijk getoetst wordt. Enerzijds is deze conclusie een gevolg van het ontbreken van een duidelijke toetsingsinstructie voor de rechter-commissaris en anderzijds ook een gevolg van het strafvorderlijke systeem van toezicht."],"dc:identifier":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d","oai:research.ou.nl:studenttheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"],"dc:identifier.uri":["https://research.ou.nl/files/1069664/null"],"dc:language":["Dutch","nld"],"dc:publisher.institution":["Department of Public Law"],"dc:relation.isreferencedby":["https://research.ou.nl/en/studentTheses/23829c67-33de-4c48-863d-c7a11219ed0d"],"dc:source":["importedStudentThesis"],"dc:subject":["art. 126nba","art. 8 EVRM","waarborgen","toezicht","voorzienbaarheid","noodzaak"],"dc:title":["De opsporingsbevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk en artikel 8 EVRM: een analyse van de waarborgen"],"dc:type":["Master's Thesis","Thesis"],"dc:type.qualificationlevel":["Student thesis"],"dc:type.qualificationname":["Master's Thesis"]},"updated_at":"2026-08-21T16:47:15Z"}