Back to results

Ghent University

Localization and distribution of estrogen receptors and progesterone receptors in the bovine ovary in relation to the cell dynamics

Abstract

dc:description

Tijdens de oestrische cyclus van het rund zijn de verschillende ovariële structuren onderworpen aan uitgebreide weefselveranderingen. Deze veranderingen bestaan uit opeenvolgende fasen van celproliferatie (mitose) en celdood (apoptose). Alhoewel de ovariële processen reeds uitvoerig bestudeerd zijn, blijven de regulatiemechanismen die verantwoordelijk zijn voor de cyclische veranderingen onduidelijk. De steroïdale geslachtshormonen oestro-geen en progesteron spelen hierbij een grote rol. Beide hormonen oefenen hun functie uit door te binden aan specifieke receptoren, de oestrogeenreceptoren en de progesteronreceptoren. De voornaamste doelstellingen van deze studie bestonden uit het lokaliseren van de oestrogeen- en de progesteronreceptoren in de verschillende ovariële celtypes van normaal cycle-rende runderen en het onderzoeken van mogelijke veranderingen in de receptordistributie tijdens de oestrische cyclus. Een volgende doelstelling was het nagaan van een mogelijke relatie tussen de aanwezigheid van de steroïdreceptoren en de cellulaire activiteit, met name proliferatie en apoptose. Een laatste objectief was het onderzoeken van de mogelijke correlatie tussen deze parameters en de progesteronconcentraties in het bloedplasma. In het eerste hoofdstuk werd de lokalisatie beschreven van oestrogeenreceptor-α (ERα) en oestrogeenreceptor-β mRNA (ERβ mRNA) in de verschillende ovariële celtypes gedurende de oestrische cyclus van het rund. Deze cyclus werd ingedeeld in oestrus, metoestrus, vroege dioestrus, late dioestrus en prooestrus. De score voor ERα was laag in de ovariële follikels, de tunica albuginea en het oppervlakte-epitheel, maar was hoger in de cellen van het diepe en oppervlakkige stroma. Daarentegen waren in alle folliculaire ovariële structuren de scores voor ERβ mRNA aanzienlijk hoger dan de scores voor ERα. In cellen van het corpus luteum werden cyclische schommelingen voor ERβ mRNA waargenomen. In het algemeen was er een lage en negatieve correlatie tussen de progesteronconcentraties in het bloed-plasma en de scores voor ERα en voor ERβ mRNA in alle ovariële celtypes. In een volgende studie werd de immunolokalisatie van de progesteronreceptor (PR) onderzocht in de verschillende ovariële celtypes tijdens de oestrische cyclus. De PR-expressie nam toe naarmate de follikel ontwikkelde. Vitale en cysteuze tertiaire follikels vertoonden hetzelfde expressiepatroon. In oblitererende follikels werd daarentegen een ander expressiepatroon van PR aangetroffen en was de PR score duidelijk lager dan in vitale en cysteuze follikels. Over het algemeen was tijdens de oestrus de score voor PR hoog in alle folliculaire structuren en daalde deze score gedurende de volgende stadia. Daarenboven was de correlatie tussen de PR-scores en de progesteron-concentraties in het bloedplasma negatief. Om de relatie te bestuderen tussen de distributie van ER en PR enerzijds en de cellulaire dynamiek anderzijds werden de proliferatie en apoptose nagegaan in de verschillende celtypes van de runderovaria. In het tweede hoofdstuk werd de celspecifieke lokalisatie beschreven van apoptose in het runderovarium tijdens de oestrische cyclus. Opmerkelijk in deze studie was dat in primordiale, primaire en secundaire follikels apoptose niet kon worden aangetoond. Daarentegen werden veel atretische tertiaire follikels waargenomen in alle runderovaria tijdens de verschillende cyclusstadia. Cysteuze follikels vertoonden hogere apoptotische scores in vergelijking met oblitererende follikels. De correlatie tussen apoptose en de progesteron-concentraties in het bloedplasma was laag. In het laatste hoofdstuk werd de proliferatieve activiteit in het runderovarium tijdens de verschillende ovariële stadia beschreven. Een opmerkelijke bevinding was het feit dat de proliferatieve activiteit van vitale tertiaire follikels aanhoudt in cysteuze follikels maar niet in oblitererende follikels. In corpora lutea was het cyclisch patroon verschillend van dat van de andere celtypes en werden hoge proliferatiewaarden gevonden tijdens metoestrus en vroege dioestrus. Nochtans was de correlatie tussen de proliferatie en de progesteronconcentraties in het bloedplasma laag. De uitgebreide distributie van oestrogeen- en progesteronreceptoren in de verschillende ovariële celtypes van het rund illustreert het belang van oestrogenen en progesteron in de fysiologie van het runderovarium. De topografische en nume-rieke gegevens bekomen uit deze studie kunnen van nut zijn voor verder onderzoek naar de specifieke rol van oestrogenen en progesteron in de regulatie van de ovariële activiteit.

Author and committee

dc:creator, dc:contributor.*
Author dc:creator
  • D'haeseleer, M
Contributors dc:contributor
  • Van Den Broeck, W

Rights

dc:rights
Statement dc:rights
  • info:eu-repo/semantics/openAccess
Language dc:language
und

Identifiers

dc:identifier.*
OAI identifier oai:identifier
oai:archive.ugent.be:468950

Chain of custody

source
Harvested from
Ghent University
Base URL
biblio.ugent.be/oai
Last updated
2026-07-24
Source record
OAI-PMH GetRecord
related terms
citation

D'haeseleer, M. Localization and distribution of estrogen receptors and progesterone receptors in the bovine ovary in relation to the cell dynamics. 2006. http://hdl.handle.net/1854/LU-468950