Back to results

Ghent University

Biological knowledge as a tool for an ecologically sound biofouling control: a case study of the invasive bivalve Mytilopsis leucophaeata in Europe

Abstract

dc:description

Technische installaties zoals koelwatersystemen van grote industriële bedrijven gebruiken meestal water uit nabij gelegen zeeën of rivieren om hun elektrische processen af te koelen. Met dit water worden echter ook organismen opgepompt, die terecht komen in het koelwatersysteem en er eventueel problemen kunnen veroorzaken, zoals bv. verstoppingen van de warmtewisselaars. Dit proces wordt gedefinieerd als biofouling (Jenner et al., 1998). De meest efficiënte en goedkope controle tegen mossel biofouling in industriële systemen is het gebruik van chlorering als biocide (IPPC, 2000), maar het onderzoek naar andere, meer specifieke en omgevingsvriendelijke controlemaatregelen is volop bezig. De brakwatermossel Mytilopsis leucophaeata (Conrad, 1831) veroorzaakt biofouling problemen in de koelwatersystemen van verschillende industriële sites in Noordwest Europa. Daarom werd de ecologie van M. leucophaeata in de haven van Antwerpen gebruikt als een instrument in de zoektocht naar betere, ecologisch verantwoorde oplossingen tegen zijn biofouling. Een grondige studie van de biologische processen van M. leucophaeata leverde waardevolle informatie op voor de ontwikkeling van controlemaatregelen tegen zijn biofouling. De larven van M. leucophaeata – het meest kwetsbare levensstadium – komen in de waterkolom voor tijdens een beperkte periode, zeer gelijkaardig tussen de verschillende jaren. Deze strikte timing toont aan dat om nieuwe biofouling te voorkomen een gerichte dosering van biociden tijdens de periode van larvale aanwezigheid even effectief zou zijn als een continue dosering gedurende het volledige jaar. Deze strategie werkt echter reactief, d.w.z. dat larven eerst gemonitord moeten worden voor actie kan worden ondernomen, resulterend in een arbeidsintensieve monitoringsstrategie die nodig blijft om de gerichte periode van biocide dosering te bepalen. Door de ontwikkeling van een voorspellend model waarin enkel temperatuur wordt gemeten kan de larvale aanwezigheid van M. leucophaeata voorspeld worden, waardoor proactief gehandeld kan worden; actie wordt ondernomen op het moment van de aankomst van larven in het systeem. We probeerden nog een stap verder te gaan. We zochten een letale combinatie van de heersende omgevingsvariabelen die het milieutechnisch mogelijk kon maken om M. leucophaeata larven te bestrijden zonder het gebruik van schadelijke chemicaliën. Het bleek echter dat zelfs de allereerste levensstadia - 4 uur oude embryo’s - al opvallend resistent waren tegen abrupte veranderingen in temperatuur en saliniteit, wat erop wijst dat een volledig natuurlijke oplossing voor M. leucophaeata biofouling op dit moment nog niet realiseerbaar is.

Author and committee

dc:creator, dc:contributor.*
Author dc:creator
  • Verween, Annick
Contributors dc:contributor
  • Vincx, M

Rights

dc:rights
Statement dc:rights
  • info:eu-repo/semantics/openAccess
Language dc:language
und

Identifiers

dc:identifier.*
OAI identifier oai:identifier
oai:archive.ugent.be:467780

Chain of custody

source
Harvested from
Ghent University
Base URL
biblio.ugent.be/oai
Last updated
2026-07-24
Source record
OAI-PMH GetRecord
related terms
citation

Verween, Annick. Biological knowledge as a tool for an ecologically sound biofouling control: a case study of the invasive bivalve Mytilopsis leucophaeata in Europe. 2007. http://hdl.handle.net/1854/LU-467780