{"id":{"repo_id":"ghent","oai_identifier":"oai:archive.ugent.be:4094213"},"canonical_url":"https://search.dev.ndltd.org/etd/ghent/oai:archive.ugent.be:4094213","repository":{"repo_id":"ghent","name":"Ghent University","base_url":"https://biblio.ugent.be/oai"},"display":{"title":"Holy vows, worldly manners: monastic space, consumption practices and social identity in the Cistercian nunnery of Clairefontaine","abstract":"Deze scriptie richt zich op historisch fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen tijdens de middeleeuwen en vroeg moderne tijd. Vetrekpunt van de studie is de Cisterciënzergemeenschap van Clairefontaine. Deze werd gesticht in de 13de eeuw als necropool voor de graven van Luxemburg (Huis van Limburg-Luxemburg). Hoewel de abdij slechts een honderdtal jaar werd gebruikt als aristocratische begraafplaats, bleef ze gedurende haar ganse geschiedenis een symbool voor Luxemburg als politieke en culturele entiteit. Dankzij deze symbolische betekenis kon de gemeenschap rekenen op de steun van allerlei sociale groepen die zich om uiteenlopende belangen probeerden te vereenzelvigen met de stichters van de abdij en traditionele Luxemburgse aristocratie. De grote symbolische waarde van de plek heeft gemaakt dat de gemeenschap kon rekruteren in de hoogste rangen van de feodale elite, wat niet enkel bijdroeg tot het adellijk karakter van de gemeenschap, maar ook tot de welstand van de abdij. Na de opheffing van de gemeenschap in 1796 verdween de abdij snel uit het zicht. Tussen 1997 en 2007 werd het grootste deel van het gebouwen bestand terug aan het licht gebracht dankzij grootschalig archeologisch onderzoek. In de scriptie wordt dieper ingegaan op de creatie van sociale identiteit. Identiteit die gevormd werd door sociale interactie binnen de gemeenschap, maar ook door wisselwerking tussen de gemeenschap en allerlei actoren in de seculiere maatschappij waaronder de patronen en de verschillende weldoeners van de abdij. Om deze sociale processen te bestuderen worden in de eerste plaats archeologisch resten aangewend die vervolgens worden geconfronteerd met zo veel mogelijk ander historisch bronmateriaal. De scriptie bestaat uit drie delen en acht hoofdstukken, waarvan zeven hoofstukken werden gepubliceerd of aangeboden ter publicatie in een internationaal tijdschrift met peer-review. In het eerste deel wordt het onderwerp van onderzoek uitgebreid gesitueerd met aandacht voor de specifieke onderzoeksvragen en -methodologie. Tevens wordt het theoretisch denkkader van de auteur belicht. Tenslotte wordt aan de hand van een historisch-architecturale studie een chronologisch kader aangeboden voor de rest van de scriptie. Het tweede deel illustreert het proces dat nodig is om van ruwe archeologisch data tot leesbare historische bouwstenen te komen. In drie casestudies wordt aangetoond hoe een nauwkeurige detailanalyse tot een historische interpretatie kan leiden. Het derde luik toont aan hoe deze voorzichtige interpretaties uit een archeologische detailanalyse in een breder historisch en sociaal omgeving, een meer fundamentele bijdrage kunnen leveren tot het fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen. In een laatste hoofdstuk worden alle bevindingen die in de scriptie werden voorgesteld omtrent methodologie en sociaal-historische interpretatie, nog een keer kort samengebracht.","abstract_html":"Deze scriptie richt zich op historisch fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen tijdens de middeleeuwen en vroeg moderne tijd. Vetrekpunt van de studie is de Cisterciënzergemeenschap van Clairefontaine. Deze werd gesticht in de 13de eeuw als necropool voor de graven van Luxemburg (Huis van Limburg-Luxemburg). Hoewel de abdij slechts een honderdtal jaar werd gebruikt als aristocratische begraafplaats, bleef ze gedurende haar ganse geschiedenis een symbool voor Luxemburg als politieke en culturele entiteit. Dankzij deze symbolische betekenis kon de gemeenschap rekenen op de steun van allerlei sociale groepen die zich om uiteenlopende belangen probeerden te vereenzelvigen met de stichters van de abdij en traditionele Luxemburgse aristocratie. De grote symbolische waarde van de plek heeft gemaakt dat de gemeenschap kon rekruteren in de hoogste rangen van de feodale elite, wat niet enkel bijdroeg tot het adellijk karakter van de gemeenschap, maar ook tot de welstand van de abdij. Na de opheffing van de gemeenschap in 1796 verdween de abdij snel uit het zicht. Tussen 1997 en 2007 werd het grootste deel van het gebouwen bestand terug aan het licht gebracht dankzij grootschalig archeologisch onderzoek. In de scriptie wordt dieper ingegaan op de creatie van sociale identiteit. Identiteit die gevormd werd door sociale interactie binnen de gemeenschap, maar ook door wisselwerking tussen de gemeenschap en allerlei actoren in de seculiere maatschappij waaronder de patronen en de verschillende weldoeners van de abdij. Om deze sociale processen te bestuderen worden in de eerste plaats archeologisch resten aangewend die vervolgens worden geconfronteerd met zo veel mogelijk ander historisch bronmateriaal. De scriptie bestaat uit drie delen en acht hoofdstukken, waarvan zeven hoofstukken werden gepubliceerd of aangeboden ter publicatie in een internationaal tijdschrift met peer-review. In het eerste deel wordt het onderwerp van onderzoek uitgebreid gesitueerd met aandacht voor de specifieke onderzoeksvragen en -methodologie. Tevens wordt het theoretisch denkkader van de auteur belicht. Tenslotte wordt aan de hand van een historisch-architecturale studie een chronologisch kader aangeboden voor de rest van de scriptie. Het tweede deel illustreert het proces dat nodig is om van ruwe archeologisch data tot leesbare historische bouwstenen te komen. In drie casestudies wordt aangetoond hoe een nauwkeurige detailanalyse tot een historische interpretatie kan leiden. Het derde luik toont aan hoe deze voorzichtige interpretaties uit een archeologische detailanalyse in een breder historisch en sociaal omgeving, een meer fundamentele bijdrage kunnen leveren tot het fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen. In een laatste hoofdstuk worden alle bevindingen die in de scriptie werden voorgesteld omtrent methodologie en sociaal-historische interpretatie, nog een keer kort samengebracht.","abstract_has_math":false,"creators":["Herremans, Davy"],"institution":"Ghent University. Faculty of Arts and Philosophy","degree_name":null,"degree_level":null,"degree_discipline":null,"degree_department":null,"school":null,"contributors":["De Clercq, Wim"],"advisors":[],"committee_chairs":[],"committee_members":[],"year":2013,"date_issued":"2013","date_published":"2013","updated_at":"2026-07-24T02:23:00Z","subjects":["History and Archaeology","Material culture","cultural history","monasticism","female monasticism","architecture","glass"],"languages":["eng"],"rights":["info:eu-repo/semantics/openAccess"],"rights_urls":[],"identifier_entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://biblio.ugent.be/publication/4094213","urn:isbn:9789491791024","https://biblio.ugent.be/publication/4094213/file/4336618"],"render_values":[{"text":"https://biblio.ugent.be/publication/4094213","href":"https://biblio.ugent.be/publication/4094213","code":true},{"text":"urn:isbn:9789491791024","href":null,"code":true},{"text":"https://biblio.ugent.be/publication/4094213/file/4336618","href":"https://biblio.ugent.be/publication/4094213/file/4336618","code":true}]}]},"links":{"outbound_url":"http://hdl.handle.net/1854/LU-4094213","outbound_label":"Handle","outbound_source":"dc:identifier"},"metadata_groups":[{"id":"people","label":"People","entries":[{"key":"dc:contributor","label":"Contributor","values":["De Clercq, Wim"]},{"key":"dc:creator","label":"Author","values":["Herremans, Davy"]}]},{"id":"academic_context","label":"Academic Context","entries":[{"key":"dc:date","label":"Dc Date","values":["2013"]},{"key":"dc:publisher","label":"Institution","values":["Ghent University. Faculty of Arts and Philosophy"]},{"key":"dc:type","label":"Dc Type","values":["dissertation","info:eu-repo/semantics/doctoralThesis","info:eu-repo/semantics/publishedVersion"]}]},{"id":"subjects_keywords","label":"Subjects and Keywords","entries":[{"key":"dc:subject","label":"Dc Subject","values":["History and Archaeology","Material culture","cultural history","monasticism","female monasticism","architecture","glass"]}]},{"id":"language_rights","label":"Language and Rights","entries":[{"key":"dc:language","label":"Dc Language","values":["eng"]},{"key":"dc:rights","label":"Dc Rights","values":["info:eu-repo/semantics/openAccess"]}]},{"id":"identifiers","label":"Identifiers","entries":[{"key":"dc:identifier","label":"Identifier","values":["https://biblio.ugent.be/publication/4094213","http://hdl.handle.net/1854/LU-4094213","urn:isbn:9789491791024","https://biblio.ugent.be/publication/4094213/file/4336618"]}]},{"id":"additional","label":"Additional Metadata","entries":[{"key":"dc:description","label":"Description","values":["Deze scriptie richt zich op historisch fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen tijdens de middeleeuwen en vroeg moderne tijd. Vetrekpunt van de studie is de Cisterciënzergemeenschap van Clairefontaine. Deze werd gesticht in de 13de eeuw als necropool voor de graven van Luxemburg (Huis van Limburg-Luxemburg). Hoewel de abdij slechts een honderdtal jaar werd gebruikt als aristocratische begraafplaats, bleef ze gedurende haar ganse geschiedenis een symbool voor Luxemburg als politieke en culturele entiteit. Dankzij deze symbolische betekenis kon de gemeenschap rekenen op de steun van allerlei sociale groepen die zich om uiteenlopende belangen probeerden te vereenzelvigen met de stichters van de abdij en traditionele Luxemburgse aristocratie. De grote symbolische waarde van de plek heeft gemaakt dat de gemeenschap kon rekruteren in de hoogste rangen van de feodale elite, wat niet enkel bijdroeg tot het adellijk karakter van de gemeenschap, maar ook tot de welstand van de abdij. Na de opheffing van de gemeenschap in 1796 verdween de abdij snel uit het zicht. Tussen 1997 en 2007 werd het grootste deel van het gebouwen bestand terug aan het licht gebracht dankzij grootschalig archeologisch onderzoek. In de scriptie wordt dieper ingegaan op de creatie van sociale identiteit. Identiteit die gevormd werd door sociale interactie binnen de gemeenschap, maar ook door wisselwerking tussen de gemeenschap en allerlei actoren in de seculiere maatschappij waaronder de patronen en de verschillende weldoeners van de abdij. Om deze sociale processen te bestuderen worden in de eerste plaats archeologisch resten aangewend die vervolgens worden geconfronteerd met zo veel mogelijk ander historisch bronmateriaal. De scriptie bestaat uit drie delen en acht hoofdstukken, waarvan zeven hoofstukken werden gepubliceerd of aangeboden ter publicatie in een internationaal tijdschrift met peer-review. In het eerste deel wordt het onderwerp van onderzoek uitgebreid gesitueerd met aandacht voor de specifieke onderzoeksvragen en -methodologie. Tevens wordt het theoretisch denkkader van de auteur belicht. Tenslotte wordt aan de hand van een historisch-architecturale studie een chronologisch kader aangeboden voor de rest van de scriptie. Het tweede deel illustreert het proces dat nodig is om van ruwe archeologisch data tot leesbare historische bouwstenen te komen. In drie casestudies wordt aangetoond hoe een nauwkeurige detailanalyse tot een historische interpretatie kan leiden. Het derde luik toont aan hoe deze voorzichtige interpretaties uit een archeologische detailanalyse in een breder historisch en sociaal omgeving, een meer fundamentele bijdrage kunnen leveren tot het fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen. In een laatste hoofdstuk worden alle bevindingen die in de scriptie werden voorgesteld omtrent methodologie en sociaal-historische interpretatie, nog een keer kort samengebracht."]},{"key":"dc:format","label":"Dc Format","values":["application/pdf"]},{"key":"dc:title","label":"Title","values":["Holy vows, worldly manners: monastic space, consumption practices and social identity in the Cistercian nunnery of Clairefontaine"]}]}],"canonical_facts":{"dc:contributor":["De Clercq, Wim"],"dc:creator":["Herremans, Davy"],"dc:date":["2013"],"dc:description":["Deze scriptie richt zich op historisch fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen tijdens de middeleeuwen en vroeg moderne tijd. Vetrekpunt van de studie is de Cisterciënzergemeenschap van Clairefontaine. Deze werd gesticht in de 13de eeuw als necropool voor de graven van Luxemburg (Huis van Limburg-Luxemburg). Hoewel de abdij slechts een honderdtal jaar werd gebruikt als aristocratische begraafplaats, bleef ze gedurende haar ganse geschiedenis een symbool voor Luxemburg als politieke en culturele entiteit. Dankzij deze symbolische betekenis kon de gemeenschap rekenen op de steun van allerlei sociale groepen die zich om uiteenlopende belangen probeerden te vereenzelvigen met de stichters van de abdij en traditionele Luxemburgse aristocratie. De grote symbolische waarde van de plek heeft gemaakt dat de gemeenschap kon rekruteren in de hoogste rangen van de feodale elite, wat niet enkel bijdroeg tot het adellijk karakter van de gemeenschap, maar ook tot de welstand van de abdij. Na de opheffing van de gemeenschap in 1796 verdween de abdij snel uit het zicht. Tussen 1997 en 2007 werd het grootste deel van het gebouwen bestand terug aan het licht gebracht dankzij grootschalig archeologisch onderzoek. In de scriptie wordt dieper ingegaan op de creatie van sociale identiteit. Identiteit die gevormd werd door sociale interactie binnen de gemeenschap, maar ook door wisselwerking tussen de gemeenschap en allerlei actoren in de seculiere maatschappij waaronder de patronen en de verschillende weldoeners van de abdij. Om deze sociale processen te bestuderen worden in de eerste plaats archeologisch resten aangewend die vervolgens worden geconfronteerd met zo veel mogelijk ander historisch bronmateriaal. De scriptie bestaat uit drie delen en acht hoofdstukken, waarvan zeven hoofstukken werden gepubliceerd of aangeboden ter publicatie in een internationaal tijdschrift met peer-review. In het eerste deel wordt het onderwerp van onderzoek uitgebreid gesitueerd met aandacht voor de specifieke onderzoeksvragen en -methodologie. Tevens wordt het theoretisch denkkader van de auteur belicht. Tenslotte wordt aan de hand van een historisch-architecturale studie een chronologisch kader aangeboden voor de rest van de scriptie. Het tweede deel illustreert het proces dat nodig is om van ruwe archeologisch data tot leesbare historische bouwstenen te komen. In drie casestudies wordt aangetoond hoe een nauwkeurige detailanalyse tot een historische interpretatie kan leiden. Het derde luik toont aan hoe deze voorzichtige interpretaties uit een archeologische detailanalyse in een breder historisch en sociaal omgeving, een meer fundamentele bijdrage kunnen leveren tot het fenomeen van het vrouwelijk religieus bestaan in de Lage Landen. In een laatste hoofdstuk worden alle bevindingen die in de scriptie werden voorgesteld omtrent methodologie en sociaal-historische interpretatie, nog een keer kort samengebracht."],"dc:format":["application/pdf"],"dc:identifier":["https://biblio.ugent.be/publication/4094213","http://hdl.handle.net/1854/LU-4094213","urn:isbn:9789491791024","https://biblio.ugent.be/publication/4094213/file/4336618"],"dc:language":["eng"],"dc:publisher":["Ghent University. Faculty of Arts and Philosophy"],"dc:rights":["info:eu-repo/semantics/openAccess"],"dc:subject":["History and Archaeology","Material culture","cultural history","monasticism","female monasticism","architecture","glass"],"dc:title":["Holy vows, worldly manners: monastic space, consumption practices and social identity in the Cistercian nunnery of Clairefontaine"],"dc:type":["dissertation","info:eu-repo/semantics/doctoralThesis","info:eu-repo/semantics/publishedVersion"]},"updated_at":"2026-07-24T02:23:00Z"}