Ghent University. Faculty of Psychology and Educational Sciences
A comparison of two models of ADHD: state regulation versus delay aversion
Abstract
dc:description“Attention Deficit/Hyperactivity Disorder” (ADHD), in het Nederlands “aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit”, is één van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen. ADHD is een ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door ernstige en persisterende symptomen van onoplettendheid, impulsiviteit en/of hyperactiviteit; en leidt tot significante beperkingen in beroepsmatig, schools of sociaal functioneren (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV-TR), American Psychiatric Association, 2000). Tot op heden is de etiologie van ADHD nog niet volledig begrepen en bestaan er verschillende neuropsychologische theorieën ter verklaring van de symptomen van ADHD. Lange tijd werd verondersteld dat de symptomen van ADHD het gevolg zijn van een primair tekort in executief functioneren zoals inhibitie, planning, werkgeheugen en “set shifting” (voor een overzicht: zie Barkley, 1997; Castellanos & Tannock, 2002). Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat executieve verklaringsmodellen onvoldoende de symptomen van ADHD kunnen verklaren (Willcutt et al., 2005). Bovendien suggereren recentere neuropsychologische theorieën dat tekortkomingen in executief functioneren bij kinderen met ADHD niet statisch zijn; het al dan niet optreden van zwakkere prestaties zou namelijk afhangen van de situationele en motivationele context. Huidig proefschrift focust op twee vooraanstaande neuropsychologische modellen die het dynamische karakter van ADHD benadrukken en in het bijzonder de rol van contextuele factoren: het toestandsregulatiemodel (State Regulation Deficit model (SRD); van der Meere, 2002) en het “Delay Aversion” model (DAv; Sonuga-Barke, Wiersema, van der Meere, & Roeyers, 2010). Het toestandsregulatiemodel stelt dat prestaties afhankelijk zijn van energetische processen zoals arousal, activatie en effort (Sanders, 1983). Volgens dit model hebben kinderen met ADHD moeilijkheden met het aanpassen van hun energetische interne toestand aan de veranderende eisen uit de omgeving (van der Meere, 2002). Onderzoek heeft aangetoond dat omgevingsfactoren, zoals het manipuleren van de snelheid waarmee informatie wordt aangeboden tijdens een taak, een invloed heeft op de interne toestand. Meer concreet zou een snelle stimulusaanbieding leiden tot een overactieve toestand en een trage stimulusaanbieding tot een onderactieve toestand. Kinderen met ADHD zouden er niet in slagen om deze sub-optimale toestanden te reguleren, namelijk een onderactieve toestand op te krikken en een overactieve toestand te temperen, waardoor ze zwakke prestaties behalen. Het toestandsregulatiemodel veronderstelt aldus een omgekeerde U relatie tussen de interne toestand en taakprestaties. Aangezien kinderen met ADHD problemen hebben met het reguleren van hun interne toestand, zou deze omgekeerde U functie bij hen uitdrukkelijker tot uiting komen in vergelijking met typisch ontwikkelende kinderen. Onderzoek waarbij de snelheid van stimulusaanbieding werd gemanipuleerd, ondersteunt de voorspellingen van het toestandsregulatiemodel (voor een overzicht zie: Sergant, 2005; van der Meere 2002; Sonuga-Barke et al., 2010). Het “Delay Aversion model” stelt dat prestaties van kinderen met ADHD hoofdzakelijk worden beïnvloed door intolerantie voor uitstel. Kinderen met ADHD zouden zwakker presteren dan typisch ontwikkelende kinderen in uitgestelde situaties. Volgens dit model is het primair tekort dat aan de grondslag ligt van de symptomen van ADHD een verstoorde codering van toekomstige beloningen. Na verloop van tijd zou dit primaire tekort leiden tot het ontwikkelen van negatief affect ten aanzien van situaties waar men moet wachten (Sonuga-Barke et al., 2010). Onderzoek ondersteunt de voorspellingen van dit model. Meer bepaald stelde men vast dat kinderen met ADHD een sterke voorkeur hebben voor kleine onmiddellijke beloningen boven grotere uitgestelde beloningen. Bovendien lijken kinderen met ADHD gefrustreerd te zijn wanneer een wachttijd extern wordt opgelegd (Marco et al., 2009).
Degree
thesis:*- Grantor dc:publisher
- Ghent University. Faculty of Psychology and Educational Sciences
- Year dc:date
- 2013
Author and committee
dc:creator, dc:contributor.*- Author dc:creator
-
- Metin, Baris
- Contributors dc:contributor
-
- Roeyers, Herbert
- Barke, Edmund
- van der Meere, Jaap
Subjects
dc:subject × 1Rights
dc:rights- Statement dc:rights
-
- info:eu-repo/semantics/openAccess
- Language dc:language
- eng
Identifiers
dc:identifier.*- Identifier
-
https://biblio.ugent.be/publication/4082266
https://biblio.ugent.be/publication/4082266/file/4336537 - OAI identifier oai:identifier
- oai:archive.ugent.be:4082266